Nieuws Over Informatie Gesproken

Krijgen journalisten wel op tijd toegang tot overheidsinformatie?

08
November
2026

Journalisten spelen een belangrijke rol in het controleren van de overheid. Om die taak goed uit te kunnen voeren, hebben ze toegang nodig tot overheidsinformatie. Maar wat als die informatie pas beschikbaar komt nadat belangrijke politieke besluiten al zijn genomen? Of als een informatieverzoek juist langer duurt omdat het afkomstig is van een journalist? Bij journalisten bestaat de indruk dat zij bij het opvragen van overheidsinformatie soms worden tegengewerkt, maar of dat daadwerkelijk gebeurt en op welke schaal, is nog onduidelijk. Annemarie Drahmann, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht, wil daar – samen met Ton Duijkersloot (UU) en Marlinde Weener (OSF) verandering in brengen. Met het onderzoek 'Het recht van journalisten op overheidsinformatie', een van de gehonoreerde onderzoeksvoorstellen van de Maatschappelijke Coalitie Over Informatie Gesproken (MCOIG) uit 2026, onderzoeken ze hoe overheden in de praktijk omgaan met informatieverzoeken van journalisten en belangenorganisaties.

Van advocaat naar onderzoeker

Annemarie haar interesse in openbaarheid van overheidsinformatie ontstond al toen ze als advocaat werkte. Regelmatig vroeg ze namens cliënten documenten op bij gemeenten. Wat haar daarbij opviel, was hoe defensief overheden soms reageerden op relatief eenvoudige informatieverzoeken. Wanneer ze telefonisch om een document vroeg, kreeg ze regelmatig te horen dat ze een officieel Woo-verzoek moest indienen. Daarmee veranderde een eenvoudige vraag al snel in een juridische procedure, terwijl ze soms alleen een document wilde ontvangen waarvan ze in de krant had gelezen dat het bestond en niet de intentie had om tegen die overheid te gaan procederen.

Die ervaringen zijn haar altijd bijgebleven. Toen Annemarie later de overstap naar de wetenschap maakte, besloot ze zich verder te verdiepen in de manier waarop de overheid met informatieverzoeken omgaat.

"Waarom hebben we eigenlijk in de wet die keuze gemaakt dat er één recht op informatie bestaat met één bepaalde procedure die daarbij hoort?"

Haar belangstelling groeide uit tot een specialisme in de openbaarheid van overheidsinformatie. Met dit nieuwe onderzoek richt ze zich specifiek op de positie van journalisten en andere belangenorganisaties die de overheid controleren.

Heeft een journalist meer recht op informatie?

In Nederland kan iedereen op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie opvragen bij de overheid. Of je nu een betrokken burger of journalist bent, voor iedereen gelden dezelfde regels.

Toch hebben journalisten een bijzondere positie. In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt erkend dat journalisten en zogenoemde 'public watchdogs' een belangrijke rol vervullen binnen een democratische samenleving.

Deze publieke waakhonden, waaronder bepaalde belangenorganisaties, houden het handelen van de overheid kritisch in de gaten en informeren de samenleving hierover. Om dit te kunnen doen moeten zij toegang kunnen krijgen tot overheidsinformatie.

Volgens Annemarie zit daar een interessant verschil met de Woo. Waar het Europese recht de bijzondere positie van journalisten benadrukt, maakt de Nederlandse Woo amper onderscheid tussen verschillende informatieverzoekers.

Samen met haar collega Ton Duijkersloot onderzoekt ze daarom wat journalisten volgens het Europese recht mogen verwachten en hoe zich dat verhoudt tot de Nederlandse wetgeving. Daarbij kijken ze ook of de huidige uitvoeringspraktijk voldoende recht doet aan die bijzondere positie.

Wat als informatie te laat komt?

Op papier heeft iedereen recht op overheidsinformatie, maar in de praktijk is het opvragen ervan niet altijd eenvoudig. Annemarie hoort verhalen van journalisten die het gevoel hebben dat hun Woo-verzoek bewust wordt vertraagd.

Soms moeten documenten eerst langs verschillende afdelingen voordat ze openbaar mogen worden gemaakt. Een communicatieafdeling wil mogelijk weten welke informatie naar buiten komt, zodat een minister of wethouder voorbereid is op mogelijke vragen uit de media.

Die extra stappen kunnen de afhandeling vertragen. Volgens Annemarie kan dat nadelige gevolgen hebben voor het werk van journalisten.

Stel dat een journalist informatie opvraagt over een onderwerp waarover de gemeenteraad binnenkort gaat stemmen. Wanneer de documenten pas na die stemming beschikbaar komen, kan de journalist er nog steeds over schrijven. Maar de mogelijkheid om burgers vóór de besluitvorming te informeren is dan verdwenen.

Tegelijkertijd benadrukt Annemarie dat vertraging niet altijd bewust wordt veroorzaakt. Soms is de informatiehuishouding niet op orde, zijn documenten moeilijk vindbaar of is de benodigde informatie afhankelijk van een ambtenaar die tijdelijk afwezig is.

Juist daarom wil ze onderzoeken wat er daadwerkelijk gebeurt, in plaats van alleen af te gaan op ervaringen en vermoedens.

Hoe worden Woo-verzoeken behandeld?

Om een goed beeld te krijgen van de praktijk werkt Annemarie samen met twee onderzoekers, die ieder een ander onderdeel van het onderzoek uitvoeren.

Ton Duijkersloot van de Universiteit Utrecht richt zich op het juridische onderzoek. Hij onderzoekt welke rechten journalisten en public watchdogs hebben op grond van het Europese mensenrechtenverdrag en hoe die terugkomen in de Nederlandse rechtspraktijk.

Marlinde Weener van Open State Foundation onderzoekt de ervaringen van journalisten. Zij spreekt met journalisten over hun Woo-verzoeken en probeert daarnaast gegevens te verzamelen over onder meer de doorlooptijden. Daarmee willen de onderzoekers achterhalen of verzoeken van journalisten anders worden behandeld dan die van andere burgers.

Annemarie richt zich op de andere kant van het verhaal: de ambtenaren die Woo-verzoeken behandelen. Via een anonieme enquête vraagt ze hoe zij omgaan met verzoeken van journalisten en belangenorganisaties.

Daarbij kijkt ze niet alleen naar mogelijke vertragingen. Ze heeft ook voorbeelden gevonden van overheidsorganisaties die journalisten juist voorrang geven. Ze wil weten hoe vaak zulke verschillen voorkomen en welke afwegingen daarachter zitten.

Op het moment van het interview hadden al ruim 200 ambtenaren de enquête ingevuld. Volgens Annemarie willen veel ambtenaren meewerken aan het verbeteren van de Woo. De anonimiteit van de enquête zorgt ervoor dat zij ook eerlijk kunnen vertellen over bijvoorbeeld eventuele druk of belemmeringen binnen hun organisatie of van Woo-verzoekers.

Door de juridische analyse, de ervaringen van journalisten en de antwoorden van ambtenaren naast elkaar te leggen en analyseren, hopen de onderzoekers een beter beeld te krijgen van de behandeling van journalistieke Woo-verzoeken.

Van vermoedens naar feiten

Voor Annemarie komt het onderzoek op een belangrijk moment. De Woo wordt geëvalueerd en er wordt regelmatig gediscussieerd over de uitvoerbaarheid van de wet. Daarbij klinken ook geluiden om het recht op overheidsinformatie te beperken.

Wat haar in die discussies opvalt, is dat uitspraken over de werking van de Woo lang niet altijd gebaseerd zijn op een onderzoek.

"Ik denk dat het belangrijk is dat als je een standpunt wil innemen, dat je ook gewoon moet weten wat de feiten zijn."

Met dit onderzoek wil Annemarie daarom niet alleen mogelijke problemen blootleggen, maar ook vaststellen welke aannames wel en niet kloppen. Als blijkt dat bepaalde werkwijzen bij overheidsorganisaties goed functioneren, kunnen deze als ‘best practice’ dienen.

Meer aandacht voor de positie van journalisten

Voor Annemarie is het onderzoek geslaagd wanneer het niet alleen nieuwe kennis oplevert, maar ook overheden aan het denken zet over hun omgang met informatieverzoeken.

"Ik hoop dat ik met dit onderzoek bij ambtenaren meer aandacht kan vragen voor de bijzondere positie van journalisten en belangenorganisaties."

Ze hoopt dat overheidsorganisaties bewuster gaan kijken naar hun eigen procedures en zich afvragen of zij voldoende rekening houden met de maatschappelijke rol van journalisten.

Uiteindelijk gaat het onderzoek daarmee over meer dan de snelheid waarmee documenten worden verstrekt. Het draait om de vraag hoe journalisten en andere publieke waakhonden hun controlerende taak kunnen uitvoeren en hoe de overheid dat mogelijk kan maken.

Want toegang tot overheidsinformatie is niet alleen belangrijk voor degene die een verzoek indient. Het stelt ook burgers in staat om te begrijpen welke keuzes de overheid maakt en om daarover mee te praten, bij voorkeur voordat belangrijke besluiten al zijn genomen.

Een betere Informatierelatie

Daarmee sluit het onderzoek aan bij de ambitie van MCOIG om de informatierelatie tussen overheid en burger te verbeteren. Niet iedere burger heeft de tijd of kennis om zelf overheidsinformatie op te vragen en te doorgronden. Journalisten en belangenorganisaties spelen hierin een belangrijke rol. Zij maken informatie toegankelijk en helpen burgers om het handelen van de overheid beter te begrijpen en te controleren. Door te onderzoeken hoe deze organisaties toegang krijgen tot overheidsinformatie en waar dit beter kan, draagt het onderzoek bij aan een transparantere overheid en een beter geïnformeerde samenleving.

Lees ook onze andere nieuws-items: